ECLI:NL:RBARN:2010:BM6380
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over beëindiging en financiële afwikkeling samenwerkingsovereenkomst Empirique
De zaak betreft een geschil tussen partijen over de beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst en de financiële afwikkeling daarvan. Eiseres verrichtte werkzaamheden voor de onderneming Empirique, welke door gedaagde werd geëxploiteerd. De overeenkomst was aangegaan voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2006, met mogelijke verlenging. Gedaagde heeft de overeenkomst voortijdig beëindigd per 11 juni 2008, met als grond dat eiseres zonder verantwoording geld uit de kas en bankrekening van Empirique zou hebben opgenomen.
De rechtbank stelt vast dat artikel 6 BBA Pro niet van toepassing is en dat gedaagde de overeenkomst als opdrachtgever te allen tijde kon opzeggen volgens artikel 7:408 lid 1 BW Pro. Hierdoor heeft eiseres recht op een redelijk deel van het loon volgens artikel 7:411 lid 1 BW Pro. De hoogte van dit loon en de overige vorderingen worden aangehouden voor bewijslevering, waaronder een deskundigenrapport over de gestelde verduistering en de financiële administratie.
Er zijn diverse vorderingen in conventie en reconventie, waaronder betaling van openstaande facturen, winstdeling, vergoeding van juridische en accountantskosten en terugbetaling van vermeende verduisterde bedragen. De rechtbank draagt partijen op bewijs te leveren over de gemaakte afspraken, de hoogte van de vorderingen en de grond voor beëindiging. Getuigenverhoren en deskundigenrapporten worden gepland, waarna verdere beslissingen volgen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan voor bewijslevering en deskundigenrapportage over de financiële vorderingen en beëindigingsovereenkomst.