ECLI:NL:RBARN:2010:BM5098
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legesheffing vrijstellingsprocedure bouwvergunning op grond van artikel 19 lid 2 WRO
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door verweerder opgelegde leges voor de vrijstellingsprocedure en de reguliere bouwvergunning voor een woning in het plan [A]. Het verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) was ingediend door [B] BV en betrof de bouw van negen vrijstaande woningen op gronden met de bestemming 'groene ruimte'.
De rechtbank stelt vast dat de vrijstellingsprocedure correct is gevolgd en dat de legesverordening 2008 van toepassing was op de vrijstellingsleges, terwijl de legesverordening 2009 van toepassing was op de reguliere bouwvergunning en het welstandstoezicht. Eiser heeft geen rechtsmiddelen ingesteld tegen de verleende bouwvergunning en vrijstelling, waardoor deze besluiten formeel vaststaan.
De rechtbank oordeelt dat de belastingrechter moet uitgaan van de juistheid van het besluit tot vrijstelling en dat de hoogte van de leges niet onjuist is berekend. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de legesheffing voor de vrijstellingsprocedure.