ECLI:NL:RBARN:2010:BM1976
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete naheffingsaanslag grondwaterbelasting wegens termijnoverschrijding
Eiser kreeg een naheffingsaanslag grondwaterbelasting opgelegd over de periode september tot oktober 2006, omdat hij grondwater onttrok zonder vergunning en zonder administratie bij te houden. Verweerder baseerde de aanslag op vastgestelde meterstanden en schattingen van een controlerend ambtenaar. Eiser betwistte de hoeveelheid opgepompt grondwater en de hoogte van de boete.
De rechtbank oordeelde dat eiser als houder van de inrichting moet worden aangemerkt en dat de door verweerder gehanteerde hoeveelheid van 219.180 m³ grondwater aannemelijk is. Eiser had onvoldoende bewijs om dit te betwisten. De naheffingsaanslag en heffingsrente werden daarom gehandhaafd.
De opgelegde verzuimboete van 10% over het nageheven bedrag werd echter verminderd met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn voor behandeling van de zaak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor de aanslag en heffingsrente, maar gegrond voor de boete en stelde deze vast op € 3.602. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Beroep ongegrond voor naheffingsaanslag en heffingsrente, gegrond voor boete die wordt verminderd tot € 3.602.