ECLI:NL:RBARN:2010:BM1915
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde in het economische verkeer van ingebracht bedrijfspand gelijk aan investeringskosten
Eiseres, houdstermaatschappij binnen het [E]-concern, bracht per 31 december 2002 de economische eigendom van de [L]-onroerende zaken in [D] N.V. in tegen een door haar berekende inbrengwaarde van €4.155.000, gebaseerd op directe opbrengstwaarde. Verweerder stelde dat de waarde in het economische verkeer gelijk is aan de investeringskosten van €17.500.000, omdat het pand incourant is en specifiek voor het productieproces van een gelieerde vennootschap is ingericht.
Na onderzoek van taxatierapporten en feiten oordeelde de rechtbank dat de waarde in het economische verkeer wordt bepaald door de hoogste van directe en indirecte opbrengstwaarde. Gezien het gebruik en de aard van het pand achtte de rechtbank de indirecte opbrengstwaarde, gelijk aan de investeringskosten, maatgevend. Het taxatierapport van verweerder werd betrouwbaarder geacht dan dat van eiseres.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiseres dat de lagere directe opbrengstwaarde bepalend zou zijn en concludeerde dat de inbrengtransactie zakelijk was. Het beroep werd gegrond verklaard, de verliesbeschikking aangepast en verweerder veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank stelt de inbrengwaarde van de [L]-onroerende zaken gelijk aan de investeringskosten van €17.500.000 en verklaart het beroep gegrond.