ECLI:NL:RBARN:2010:BL9749
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- M.C.G.J. van Well
- W.J. Vierveijzer
- E.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid bij voorlopige hechtenis
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters Van Groeningen en Jacobs omdat zij eerder hadden besloten tot opheffing van de voorlopige hechtenis van een medeverdachte in zijn strafzaak. Verzoeker stelde dat deze beslissing een oordeel over de betrouwbaarheid van belastende verklaringen van de medeverdachte inhield, wat de schijn van partijdigheid zou wekken.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend nadat verzoeker op 19 februari 2010 bekend werd met de betrokkenheid van de rechters bij de voorlopige hechtenis. Bij de beoordeling van het wrakingsverzoek werd benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn van vooringenomenheid.
De rechtbank stelde vast dat de beslissing tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet gelijkstaat aan een definitief oordeel over de betrouwbaarheid van verklaringen in de strafzaak. Er is geen sprake van een bindende beslissing over de inhoudelijke strafzaak en geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en was geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van feiten die rechterlijke onpartijdigheid aantasten.