ECLI:NL:RBARN:2010:BL9027
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem oordeelt over heffingsrente bij voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2006
De zaak betreft een geschil over de vergoeding van heffingsrente bij een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting over 2006. De inspecteur legde op 31 januari 2006 een voorlopige aanslag op, die op 31 juli 2007 ambtshalve werd verminderd. Hierbij werd geen heffingsrente vergoed over de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2007, wat de eiseres betwistte.
De rechtbank stelt vast dat de wet sinds 1 juli 1998 de mogelijkheid biedt om na een eerste positieve voorlopige aanslag een tweede voorlopige aanslag tot een negatief bedrag op te leggen. De inspecteur had deze mogelijkheid moeten benutten in plaats van de voorlopige aanslag ambtshalve te verminderen, omdat hierdoor de eiseres onterecht een vergoeding van heffingsrente is onthouden.
De rechtbank verwerpt het standpunt van de inspecteur dat een ambtshalve vermindering voorrang heeft op het opleggen van een tweede negatieve voorlopige aanslag en dat de automatisering van de Belastingdienst dit onmogelijk maakt. Tevens concludeert de rechtbank dat de weigering tot vergoeding van heffingsrente in strijd is met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt de te vergoeden heffingsrente vast op € 1.848. Proceskosten worden niet toegewezen omdat eiseres hierop heeft verzicht.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de inspecteur onterecht heffingsrente heeft onthouden en veroordeelt tot vergoeding van € 1.848 aan heffingsrente.