ECLI:NL:RBARN:2009:BL0611
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens tekortschieten universiteit in begeleiding promotieonderzoek
De zaak betreft een vordering van een promovendus tegen de universiteit wegens vermeend tekortschieten in de begeleiding van haar promotieonderzoek. De promovendus was buitenpromovenda en werd begeleid door verschillende hoogleraren, waaronder prof. X en prof. Y. Na het vertrek van prof. Y in 2006 ontstond een geschil over zijn rol als tweede begeleider/promotor.
De promovendus stelde dat zij erop mocht vertrouwen dat er geen tweede begeleider meer zou worden benoemd en dat de betrokkenheid van prof. Y in een later stadium onwenselijk was, mede vanwege vermeende taalbarrières en gebrek aan deskundigheid. De universiteit stelde dat prof. Y vanwege zijn expertise noodzakelijk was voor de begeleiding en dat hij in 2008 weer actief betrokken was bij het onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de universiteit niet toerekenbaar tekortgeschoten is en niet onrechtmatig heeft gehandeld. De betrokkenheid van prof. Y werd gezien als een zorgvuldige wetenschappelijke houding ter bevordering van de kwaliteit van het proefschrift. De vorderingen van de promovendus werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van de universiteit.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt de promovendus in de proceskosten.