ECLI:NL:RBARN:2009:BK8902
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis wegens niet-ontvankelijkheid verzet tegen kredietvordering
In deze zaak gaat het om een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin eiser in verzet werd veroordeeld tot betaling van openstaande saldi op twee doorlopende kredietovereenkomsten. De kredietovereenkomsten waren gesloten in 1993 en betroffen een kredietlimiet van respectievelijk fl. 20.000 en fl. 30.000 met maandelijkse rentepercentages.
Eiser was ten minste twee maanden achterstallig met betaling en Defam, de rechtsopvolger van de kredietverstrekker, had een verstekvonnis verkregen en daarop executoriaal beslag gelegd. Eiser stelde dat het verzet ontvankelijk moest worden verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat het verzet te laat was ingesteld omdat eiser al op 11 juni 2001 bekend was met het vonnis en de executie, en het verzet pas in 2009 werd ingesteld.
De rechtbank overwoog dat het verzet binnen veertien dagen na kennisgeving van het vonnis of een daad waaruit die kennis blijkt, moest worden ingesteld. Omdat eiser niet binnen die termijn verzet had gedaan, werd hij niet ontvankelijk verklaard. Daarnaast faalde het verweer op verjaring en andere inhoudelijke bezwaren. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en eiser werd veroordeeld in de kosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard en het verstekvonnis wordt bekrachtigd met veroordeling in de kosten.