ECLI:NL:RBARN:2009:BK8902

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
16 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
189854
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Rv (oud)Art. 82 Rv (oud)Art. 35 WCK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verstekvonnis wegens niet-ontvankelijkheid verzet tegen kredietvordering

In deze zaak gaat het om een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin eiser in verzet werd veroordeeld tot betaling van openstaande saldi op twee doorlopende kredietovereenkomsten. De kredietovereenkomsten waren gesloten in 1993 en betroffen een kredietlimiet van respectievelijk fl. 20.000 en fl. 30.000 met maandelijkse rentepercentages.

Eiser was ten minste twee maanden achterstallig met betaling en Defam, de rechtsopvolger van de kredietverstrekker, had een verstekvonnis verkregen en daarop executoriaal beslag gelegd. Eiser stelde dat het verzet ontvankelijk moest worden verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat het verzet te laat was ingesteld omdat eiser al op 11 juni 2001 bekend was met het vonnis en de executie, en het verzet pas in 2009 werd ingesteld.

De rechtbank overwoog dat het verzet binnen veertien dagen na kennisgeving van het vonnis of een daad waaruit die kennis blijkt, moest worden ingesteld. Omdat eiser niet binnen die termijn verzet had gedaan, werd hij niet ontvankelijk verklaard. Daarnaast faalde het verweer op verjaring en andere inhoudelijke bezwaren. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en eiser werd veroordeeld in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard en het verstekvonnis wordt bekrachtigd met veroordeling in de kosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 189854 / HA ZA 09-1686
Vonnis in verzet van 16 december 2009
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DEFAM PLUS B.V.,
gevestigd te Bunnik,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. W.R.H. Jager te Ede,
tegen
[gedaagde, eiser in het verzet]
wonende te Benitachell, Alicante (Spanje),
gedaagde,
eiser in het verzet,
advocaat mr. R.A. van Huussen te Veenendaal.
Partijen zullen hierna Defam en [x] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 september 2009
- het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2009.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [x] heeft op 13 maart 1993 twee doorlopende kredietovereenkomsten gesloten met Direktbank NV, zijnde de rechtsvoorganger van Defam.
Het gaat ten eerste om een overeenkomst met nummer 23.91.45.135 en een kredietlimiet van fl. 20.000,--. De overeengekomen verschuldigde rente bedraagt 0,785% per maand.
De andere overeenkomst met nummer 23.82.20.370 kent een kredietlimiet van fl. 30.000,-- en een overeengekomen verschuldigde rente van 0,732% per maand.
2.2. Op de beide kredietovereenkomsten is de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) van toepassing.
2.3. [x] was ten minste twee maanden achterstallig met de betaling van de termijnbedragen van de beide doorlopende kredieten.
Het opeisbare saldo van het doorlopend krediet met nummer 23.91.45.135 bedroeg op
25 november 1998 fl. 9.521,34 en het opeisbare saldo van het andere doorlopend krediet bedroeg toen fl. 22.060,45.
2.4. Bij de stukken bevindt zich een exploot van 11 juni 2001 waarin staat vermeld dat de deurwaarder zich naar de woonplaats van [x] heeft begeven om executoriaal beslag te leggen op roerende zaken van [x] op grond van het hierna genoemde verstekvonnis van 9 december 1999. De deurwaarder heeft [x] toen in persoon gesproken en daarna de executie opgeschort onder de voorwaarde dat vóór 1 juli 2001 deze zaak via een herfinanciering zou zijn afgewikkeld.
2.5. Op 22 februari 2002 is executoriaal beslag gelegd op roerende zaken van [x]. Volgens het exploot, dat zich bij de stukken bevindt, heeft de deurwaarder toen ook gesproken met [x].
2.6. Op 27 juni 2002 is ten laste van [x] op grond van het verstekvonnis van
9 december 1999 executoriaal derdenbeslag gelegd onder Amicon. Amicon heeft op 1 juli 2002 een verklaring derdenbeslag afgegeven en ook daadwerkelijk gelden afgedragen ten behoeve van Defam.
3. Het geschil
3.1. Defam heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [x] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van fl. 34.160,18, te vermeerderen met de overeengekomen kredietvergoeding, met als maximum de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding krachtens artikel 35 WCK Pro en met veroordeling van [x] in de proceskosten.
De gevorderde hoofdsom bestaat uit de beide hiervoor vermelde opeisbare saldi per
25 november 1998, vermeerderd met de contractuele rente tot aan de dag van dagvaarding op 9 november 1999.
3.2. Defam heeft aan vordering ten grondslag gelegd dat [x] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de beide kredietovereenkomsten omdat hij ten minste twee maanden achterstallig was in de betaling van de vervallen termijnbedragen. Zij was daarom gerechtigd de openstaande saldi op te eisen.
3.3. Bij het verstekvonnis is de vordering van Defam integraal toegewezen en is [x] veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Defam tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal fl. 1.594,48.
3.4. [x] vordert in het verzet hem bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te ontheffen van de veroordeling in het verstekvonnis, met veroordeling van Defam in de kosten van het verzet.
3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Op deze zaak is het tot 1 januari 2002 geldende procesrecht van toepassing.
4.2. Defam voert aan dat [x] niet ontvankelijk is in het verzet omdat dit te laat is ingesteld. Volgens Defam blijkt uit de exploten van 11 juni 2001 en 22 februari 2002 dat [x] bekend is met de inhoud van het verstekvonnis. Bovendien is volgens Defam de tenuitvoerlegging voltooid omdat er in 2002 onder Amicon derdenbeslag is gelegd en Amicon daadwerkelijk geld heeft uitbetaald aan Defam.
4.3. Volgens artikel 81 (oud) Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de gedaagde, die bij verstek is veroordeeld, daartegen binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis in persoon verzet doen. Het verzet kan ook worden gedaan binnen veertien dagen na het plegen door de veroordeelde van een daad, waaruit noodzakelijk voortvloeit, dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging hem bekend is.
Volgens het bepaalde in het tweede lid van het genoemde artikel is het verzet ontvankelijk totdat het vonnis is ten uitvoer gelegd. Artikel 82 (oud) Rv bepaalt onder andere dat het vonnis geacht wordt ten uitvoer te zijn gelegd in geval van derdenbeslag op een vordering na de betaling aan de beslaglegger.
4.4. De rechtbank is van oordeel dat [x] niet ontvankelijk moet worden verklaard in het verzet. Uit de hiervoor weergegeven inhoud van het exploot van 11 juni 2001 volgt dat [x] bekend is met de inhoud van het vonnis en de aangevangen executie. Uit het feit dat de executie door de deurwaarder is geschorst, leidt de rechtbank af dat [x] kennelijk om die schorsing heeft verzocht om de schuld aan Defam op een andere wijze te kunnen herfinancieren c.q. aflossen. Dit is een daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis bekend is aan [x]. [x] had dus binnen veertien dagen na 11 juni 2001 verzet mogen doen tegen het verstekvonnis. Het verzet op 23 juli 2009 is dan te laat.
4.5. Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden bekrachtigd.
4.6. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende.
In het geval [x] wel ontvankelijk zou zijn in het verzet zou de rechtbank niet tot een ander oordeel komen. Het beroep op verjaring faalt immers omdat de verjaringstermijn, anders dan [x] kennelijk aanneemt, niet aanvangt op het moment van het sluiten van de kredietovereenkomsten, maar op het moment dat [x] in verzuim was. Dat was volgens de inleidende dagvaarding in 1998. Daarom was de vordering van Defam op het moment van dagvaarden op 9 november 1999 nog niet verjaard.
4.7. [x] heeft verder inhoudelijk geen concreet verweer gevoerd tegen de vordering van Defam. De omstandigheid dat hij nu niet meer weet of de kredietsom van
fl. 20.000,-- destijds daadwerkelijk aan hem ter beschikking is gesteld en de omstandigheid dat Defam geen bescheiden heeft overgelegd met betrekking tot de tweede kredietovereenkomst, zijn onvoldoende als verweer tegen de vordering van Defam. Dit betekent dat ook om die reden het verstekvonnis zou worden bekrachtigd.
4.8. [x] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden verwezen. De kosten worden aan de zijde van Defam begroot op € 452,-- voor salaris advocaat.
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. bekrachtigt het door deze rechtbank op 9 december 1999 onder rolnummer 99/1791 gewezen verstekvonnis,
5.2. veroordeelt [x] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Defam tot op heden begroot op € 452,--,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Vanhommerig en in het openbaar uitgesproken op
16 december 2009.