ECLI:NL:RBARN:2009:BK8778
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervoerder niet aansprakelijk voor bederf lading door instructies opdrachtgever
Op 19 december 2007 sloot eiser sub 2 een koopovereenkomst voor verse parmahammen met een partij in Montenegro en gaf dezelfde dag opdracht aan gedaagde om de goederen te vervoeren. Het vervoer vond plaats met twee koelauto’s, maar de ritmachtigingen voor Slovenië en Montenegro waren nog niet ontvangen bij vertrek op 24 december 2007. Op 26 december 2007 gaf eiser sub 2 opdracht om terug te keren met de lading, waarna geprobeerd werd de goederen in Italië te verkopen, wat mislukte. De lading werd uiteindelijk op 31 december 2007 als ongeschikt voor consumptie beoordeeld en op 2 januari 2008 vernietigd.
Eiser sub 2 en Fortis vorderden schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming van gedaagde, die het vervoer te laat zou zijn aangevangen. Gedaagde verweerde zich primair met een beroep op artikel 17 lid 4 sub d CMR Pro, dat hem ontheft van aansprakelijkheid indien schade het gevolg is van bijzondere gevaren eigen aan de aard van de goederen, en voerde verder vervoerdersovermacht en beperking van aansprakelijkheid aan.
De rechtbank stelde vast dat de schade niet door defecten aan voertuigen was veroorzaakt en dat de lading op 27 december 2007 nog geschikt was voor consumptie. De vertraging en het bederf waren het gevolg van de instructie van eiser sub 2 om terug te keren. De rechtbank concludeerde dat gedaagde voldeed aan zijn bewijsverplichting en dat het beroep op artikel 17 lid 4 sub d CMR Pro slaagde. De vorderingen van eiser en Fortis werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en ontslaat de vervoerder van aansprakelijkheid wegens het slagen van het beroep op artikel 17 lid 4 sub d CMR.