ECLI:NL:RBARN:2009:BK6504
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aanvangstijdstip terbeschikkingstelling en inbrengwaarde grond en bedrijfspand
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak stond centraal het aanvangstijdstip van de terbeschikkingstelling van een bouwterrein met bedrijfspand en de juiste inbrengwaarde daarvan op de openingsbalans. Eiser, vennoot in Vastgoed VOF en aanmerkelijk belanghouder in Bouwbedrijf BV, stelde dat de terbeschikkingstelling begon toen het bouwbedrijf medio januari 2001 de grond feitelijk in gebruik nam. Verweerder stelde dit pas op 1 oktober 2001, de datum van ingang van de huur.
De rechtbank oordeelde dat het aanvangstijdstip wordt bepaald door feitelijke terbeschikkingstelling, waarbij de verklaringen van eiser en zijn zoon over het gebruik van de grond en het pand gedurende 2001 geloofwaardig waren. De grond was medio januari 2001 in gebruik genomen, waardoor de terbeschikkingstelling ook toen aanving. De inbrengwaarde van de grond werd vastgesteld op de aankoopwaarde van €162.536, vermeerderd met de stichtingskosten van het bedrijfspand, conform goed koopmansgebruik.
Verweerder had de aanslag onterecht gecorrigeerd door het aanvangstijdstip later te leggen en een lagere inbrengwaarde te hanteren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op -/- €1.755. Proceskosten werden aan eiser toegekend, maar een integrale proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank stelde het aanvangstijdstip van de terbeschikkingstelling vast op medio januari 2001 en corrigeerde de aanslag in het voordeel van eiser.