ECLI:NL:RBARN:2009:BJ9022
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslagvergunning UWV
De zaak betreft een verzoek van een werkneemster tot ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met MB Holding B.V. nadat het UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische redenen had verleend. MB had de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn die later door MB werd gecorrigeerd, maar de kantonrechter oordeelde dat deze wijziging geen effect had.
De werkneemster stelde dat er sprake was van een verandering in omstandigheden, omdat MB met de ontslagvergunning in de hand had opgezegd en zij geen vergoeding had ontvangen, waardoor ontbinding op korte termijn gerechtvaardigd zou zijn. MB voerde verweer dat de arbeidsovereenkomst reeds was geëindigd per de correcte datum en dat er geen reden was voor ontbinding of vergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat de arbeidsovereenkomst nog bestond tot het einde van de oorspronkelijke opzegtermijn en dat de correctie van MB niet rechtsgeldig was. Bovendien was er geen gewichtige verandering in omstandigheden die ontbinding rechtvaardigde. Het ontbreken van een vergoeding was onvoldoende om tot ontbinding over te gaan.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werd de werkneemster veroordeeld in de proceskosten van MB.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.