ECLI:NL:RBARN:2009:BJ8847
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering uitvaartkosten wegens ontbreken wilsvertrouwen
Op 6 april 2007 overleed de kostganger van eiser, die vervolgens de uitvaart regelde nadat hij een uitvaartverzekering van Dela had gevonden. Tijdens een bezoek van een medewerker van Dela op 17 april 2007 ondertekende eiser een document waarin hij formeel als opdrachtgever werd vermeld en zich verbond tot betaling van de uitvaartkosten, zonder dit document te hebben gelezen en zonder zich bewust te zijn van de financiële verplichtingen.
Dela weigerde de uitvaartkosten te betalen omdat de verzekering kort voor het overlijden was afgesloten en stelde eiser aansprakelijk voor de kosten. Eiser stelde dat hij niet de wil had zich financieel te verbinden en dat Dela hem onvoldoende had geïnformeerd over de mogelijke kosten, mede omdat hij niet goed kan lezen en geen nabestaande was.
De rechtbank stelde vast dat Dela deskundig was en wist dat eiser niet de nabestaande was en dat hij niet beschikte over middelen om de kosten te dragen. Dela had eiser niet ondubbelzinnig geïnformeerd over de financiële consequenties. Daarom mocht Dela niet gerechtvaardigd vertrouwen op de ondertekening van het document door eiser.
De rechtbank vernietigde het verstekvonnis en wees de vordering van Dela af. Dela werd veroordeeld in de kosten van de procedure, met uitzondering van kosten die voortvloeiden uit het aanvankelijke niet verschijnen van eiser. Het vonnis werd gewezen door mr. C.M.E. Lagarde en op 16 september 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van Dela tot betaling van uitvaartkosten wordt afgewezen wegens ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen in de ondertekening door eiser.