ECLI:NL:RBARN:2009:BJ8083
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige ziekte en re-integratie
De werkneemster trad in 2000 in dienst en was sinds juli 2006 ziek met arm- en schouderklachten. Zij was arbeidsongeschikt tot haar ontslag per 1 januari 2009, na toestemming van het UWV. Tijdens ziekteperiode werd zij tijdelijk elders ingezet, maar kon haar eigen werk niet hervatten.
De werkneemster vorderde een schadevergoeding op grond van het gevolgencriterium wegens kennelijk onredelijk ontslag, stellende dat haar beperkte scholing, taalbeheersing en fysieke klachten haar belemmeren ander werk te vinden. De werkgever voerde aan dat zij voldoende re-integratie-inspanningen had verricht, waaronder tijdelijke werkzaamheden, taallessen en begeleiding via een re-integratiebureau, en dat de werkneemster onvoldoende meewerkte.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was omdat de gevolgen voor de werkneemster niet zwaarder wogen dan het belang van de werkgever bij beëindiging van het dienstverband. Er was geen passend werk binnen de organisatie en de werkgever had serieuze pogingen gedaan tot re-integratie. De werkneemster had onvoldoende inspanningen verricht om haar situatie te verbeteren.
De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen en de werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten. Het ontslag werd als rechtmatig beoordeeld gezien de langdurige arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van passende arbeid.
Deze uitspraak benadrukt het belang van wederzijdse re-integratie-inspanningen en de toetsing van het gevolgencriterium bij ontslag na langdurige ziekte.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen.