ECLI:NL:RBARN:2009:BJ7826
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- J.J. Catsburg
- I. Linssen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over woonplaats en navordering inkomstenbelasting
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiser tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2000, 2001 en 2002. Eiser stelde dat hij in Spanje woonde en dat de aanslagen onjuist waren opgelegd. Verweerder handhaafde de aanslagen, gebaseerd op een redelijke schatting van het belastbaar inkomen, mede onderbouwd door een strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat eiser in de onderhavige jaren een duurzaam middelpunt van persoonlijke levensbelangen in Nederland had, mede gezien zijn verblijf in de woning van zijn ex-echtgenote, het gebruik van Nederlandse verzekeringen, contante opnamen in Nederland en andere feiten. De stelling van eiser dat hij in Spanje woonde, werd onvoldoende onderbouwd.
Ten aanzien van de navorderingsaanslag over 2000 stelde de rechtbank vast dat geen nieuw feit was aangetoond, maar dat sprake was van kwade trouw van eiser door het niet terugzenden van aangiftebiljetten en het verstrekken van onjuiste informatie. De navorderingsaanslag werd daarom deels gegrond verklaard en verminderd tot het bedrag van contante opnamen.
De aanslagen over 2001 en 2002 werden gehandhaafd omdat deze op een redelijke schatting berusten. De rechtbank wees het bewijsaanbod van eiser om zijn dochter als getuige te horen af wegens strijd met de goede procesorde. Proceskosten werden deels toegewezen aan eiser. De uitspraak bevestigt de toepassing van de omkering van de bewijslast en het belang van het duurzame middelpunt van levensbelangen bij de woonplaatsbepaling.
Uitkomst: De navorderingsaanslag over 2000 is verminderd, de aanslagen over 2001 en 2002 zijn gehandhaafd; eiser wordt deels in het gelijk gesteld.