ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6498
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken feitelijke opdrachtgever in strafzaak over onjuiste afvaltransportdocumenten
Verdachte werd ten laste gelegd dat zij afvalstoffen (oud papier) van Duitsland naar Nederland had overgebracht met onjuiste transportdocumenten, in strijd met artikel 2, onder 35 onder g iii van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen (2006R1013, EVOA).
Tijdens de terechtzitting op 18 augustus 2009 verscheen verdachte niet. De officier van justitie eiste een geldboete van €600. De economische politierechter oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte als opdrachtgever in de zin van de EG-verordening kon worden aangemerkt. Hoewel sprake was van een civielrechtelijke overeenkomst waarbij verdachte een Duits afvalbedrijf opdracht gaf, was de feitelijke opdrachtgever volgens de verordening het in Duitsland gevestigde bedrijf dat de transportdocumenten moest verzorgen.
Daarnaast ontbrak bewijs voor medeplegen tussen verdachte en het Duitse afvalbedrijf. Daarom sprak de rechter verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. De uitspraak werd gedaan op 1 september 2009.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken omdat zij niet als feitelijke opdrachtgever kon worden aangemerkt en er geen bewijs was voor medeplegen.