ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6379
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Medeplegen mishandeling door militairen na beëindigde noodweersituatie
Op 13 februari 2009 hebben twee militairen, waaronder verdachte, samen mishandeling gepleegd op een persoon, waarbij deze is geschopt, geslagen en aan de haren getrokken, wat letsel en pijn veroorzaakte. Verdachte verklaarde boos te zijn geweest en meerdere vuistslagen te hebben gegeven terwijl hij het slachtoffer vasthield.
De militaire kamer oordeelde dat de eerste klap met een bats door het slachtoffer was uitgedeeld, wat een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding opleverde waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Echter, nadat verdachte en zijn broer de bats hadden afgepakt en weggegooid, was de noodweersituatie beëindigd. Het daaropvolgende geweld was niet meer noodzakelijk ter zelfverdediging maar gebaseerd op vergelding.
Het beroep op noodweer werd daarom verworpen. Verdachte werd strafbaar verklaard voor medeplegen van mishandeling. De militaire kamer legde een werkstraf van 40 uur op, lager dan geëist, rekening houdend met het feit dat het geweld na beëindiging van de noodweersituatie plaatsvond en dat verdachte geen eerdere geweldsdelicten had.
De straf moet binnen een jaar worden voltooid, met vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-nakoming. De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2009 na een zitting op 17 augustus 2009.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur wegens medeplegen van mishandeling; het beroep op noodweer is verworpen.