ECLI:NL:RBARN:2009:BI4873
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging distributieovereenkomsten wegens prijsverhogingen niet onredelijk
Ligna en Cammé, beide Belgische vennootschappen en distributeurs van meubelen van Mebelplast, een Poolse meubelfabrikant, voerden een geschil over de beëindiging van distributieovereenkomsten. Mebelplast had in 2007 prijsverhogingen doorgevoerd, die Ligna en Cammé niet konden doorberekenen aan hun klanten. Zij stelden een stapsgewijze afbouw van de samenwerking voor, wat Mebelplast niet accepteerde en de distributieovereenkomsten vrijwel met onmiddellijke ingang opzegde.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd waren en dat de opzegging beoordeeld moest worden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Gezien de weigering van Ligna en Cammé om de prijsverhogingen te accepteren en hun voorstel tot beëindiging, was de onmiddellijke opzegging niet onredelijk. De vordering van Ligna en Cammé tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beëindiging werd afgewezen.
In reconventie vorderde Mebelplast betaling voor stoffen die zij had aangeschaft en meubels die zij geleverd had. De rechtbank kende betaling toe voor de stoffen, omdat Ligna en Cammé hadden toegezegd deze tegen inkoopprijs te zullen overnemen. De vordering voor meubels en teruggave van roerende zaken werd afgewezen, mede wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Mebelplast terecht de distributieovereenkomsten vrijwel met onmiddellijke ingang heeft opgezegd en wijst de vordering van Ligna en Cammé af, terwijl betaling aan Mebelplast voor geleverde stoffen wordt toegewezen.