ECLI:NL:RBARN:2009:BI2337
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen en aanhouding beslissing in complexe onroerend goed en leningzaak
In deze civiele zaak staat een complexe verkooptransactie van een fabriekscomplex centraal, waarbij Roomboterfabriek DBB vordert dat diverse partijen, waaronder Rath & Doodeheefver B.V. en haar groepsvennootschappen, worden veroordeeld tot betaling van aanzienlijke bedragen wegens vermeende toerekenbare tekortkomingen en onrechtmatig handelen. De zaak betreft onder meer de nakoming van verplichtingen uit een akte van economische eigendomsoverdracht, een convenant uit 1997, en een achtergestelde lening.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen tot levering van het fabriekscomplex vrij van hypotheek niet toewijsbaar zijn, omdat het beroep op doeloverschrijding niet is onderbouwd en de vordering tot nakoming is verjaard. Daarnaast wijst de rechtbank de vorderingen op grond van onrechtmatige daad en schending van het convenant af wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering tot betaling wegens niet-nakoming van de achtergestelde lening wordt eveneens afgewezen, omdat de lening nog niet opeisbaar is.
Wel erkent de rechtbank dat het gebruik van een onherroepelijke volmacht door Brabant om het fabriekscomplex aan zichzelf te leveren onrechtmatig is jegens Rath & Doodeheefver B.V., die daardoor schade heeft geleden. De rechtbank beveelt een comparitie van partijen om nadere informatie over de schade te verkrijgen en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Alle verdere beslissingen in hoofdzaak, vrijwaring en ondervrijwaring worden aangehouden tot na deze comparitie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bepaalt een comparitie voor nadere schadevaststelling en minnelijke regeling.