ECLI:NL:RBARN:2009:BI0685
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit plaatsing ambtenaar wegens onvoldoende motivering en onduidelijke functietaken
Eiser, werkzaam bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, werd in het kader van een reorganisatie geplaatst op een nieuwe functie die volgens verweerder een functievolger was van zijn oude functie als afdelingshoofd. Eiser maakte bezwaar tegen deze plaatsing omdat hij van mening was dat hij niet als functievolger kon worden aangemerkt en dat hij in aanmerking had moeten komen voor een functie als afdelingshoofd in de nieuwe organisatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten minste twee derde van de oude taken van eiser terugkeren in de nieuwe functie. De exacte taken en hun omvang waren onduidelijk, met name op het gebied van accountmanagement en HRM-taken. Ook was onduidelijk welke inhoudelijke werkzaamheden eiser in zijn oude functie verrichtte die overeenkomen met de nieuwe functie.
De bezwarenadviescommissie en verweerder hadden de bezwaren van eiser tegen de gebruikte 'was/wordt-lijst' niet inhoudelijk behandeld of gemotiveerd. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en ondeugdelijk gemotiveerd in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en het griffierecht vergoed.
De uitspraak biedt een belangrijke verduidelijking over de eisen aan motivering en het begrip functievolger bij ambtelijke reorganisaties.
Uitkomst: Het besluit tot plaatsing van eiser op de nieuwe functie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de functietaken.