ECLI:NL:RBARN:2009:BH9167
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens ondeugdelijkheid vordering verkrijgende verjaring en eigendomsgeschil perceel
In deze zaak vordert eiseres de opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde is gelegd op een perceel grond, omdat gedaagde stelt eigenaar te zijn van een deel van dit perceel door verkrijgende verjaring en betwist de geldigheid van een notariële akte van verdeling uit 1992.
De rechtbank stelt vast dat partijen in 1990 gezamenlijk eigenaar werden van het woonhuis met bijbehorende grond en dat in 1992 bij notariële akte de percelen zijn verdeeld en geleverd aan eiseres, waarbij gedaagde mede heeft meegewerkt en de akte heeft ondertekend. Gedaagde heeft het perceel niet meer in bezit en kan zich niet als bezitter te goeder trouw kwalificeren, mede omdat hij de registers had kunnen raadplegen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van gedaagde tot verkrijgende verjaring en de nietigheid van de akte niet aannemelijk is en dat het beslag daarom moet worden opgeheven. Tevens wordt gedaagde verboden opnieuw conservatoir beslag te leggen tot de bodemprocedure is afgerond. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven en gedaagde wordt verboden nieuw beslag te leggen tot de bodemprocedure is afgerond.