ECLI:NL:RBARN:2009:BH8970
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens schending hoorplicht met in stand laten rechtsgevolgen
Eiseres, die sinds 1995 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordelingen trok het UWV haar uitkering in 2005 in en stelde bij een nieuw besluit van 29 mei 2008 vast dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was per 22 februari 2007. Eiseres stelde bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij onterecht niet in de gelegenheid was gesteld tot een hoorzitting, wat een schending van de hoorplicht inhoudt.
De rechtbank oordeelt dat het UWV niet voldoende heeft aangetoond dat eiseres daadwerkelijk is gehoord of heeft afgezien van het recht tot hoorzitting, waardoor het besluit in strijd is met artikel 7:2 en Pro 7:3 van de Awb. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de weigering van de WAO-uitkering betreft. Echter, de rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb, omdat het medisch en arbeidsdeskundig onderzoek voldoende onderbouwd is.
De rechtbank concludeert dat eiseres op de datum in kwestie arbeid kan verrichten binnen de vastgestelde belastbaarheid en dat de functies die het UWV als passend heeft aangemerkt, algemeen geaccepteerde arbeid zijn. Het verzoek van eiseres om een onafhankelijk medisch onderzoek te gelasten wordt afgewezen. De proceskosten worden toegewezen aan eiseres en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding hiervan en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.