ECLI:NL:RBARN:2009:BH6216
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplaatsing schutting in strijd met erfdienstbaarheid van weg; herstel- en vrijhoudingsvorderingen afgewezen
De zaak betreft een geschil tussen buren over de uitoefening van een erfdienstbaarheid van weg op aan elkaar grenzende percelen. Eisers vorderen dat gedaagde haar schutting terugplaatst naar de oorspronkelijke positie, omdat deze verplaatst zou zijn en daarmee het pad vernauwt, wat strijdig is met de erfdienstbaarheid. Daarnaast zijn er wederzijdse vorderingen tot herstel van een verzakt pad en vrijhouden daarvan.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid inhoudt dat het pad op de wijze van vestiging moet worden uitgeoefend. De verplaatsing van de schutting door gedaagde beperkt de beschikbare ruimte en is daarmee in strijd met de erfdienstbaarheid. De rechtbank beveelt gedaagde de schutting binnen een maand terug te plaatsen en legt een gematigde dwangsom op.
De vorderingen tot herstel van het verzakte pad worden afgewezen omdat onvoldoende is vastgesteld dat één partij hiervoor aansprakelijk is. Ook de vordering tot vrijhouden van het pad wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag en onvoldoende motivering. De vordering tot herstel van het pand wegens vermeende schade wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten in conventie worden gecompenseerd, terwijl gedaagde in reconventie wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eisers. Het vonnis is gewezen door rechter A.E.M. Overkamp en op 11 maart 2009 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde moet de schutting binnen een maand terugplaatsen en de overige vorderingen worden afgewezen.