ECLI:NL:RBARN:2009:BH3923
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.E. Somsen
- J.H.M. Westenbroek
- J.M. Klep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzet en schuld bij verdrinking echtgenote
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak van een 61-jarige man uit Nijmegen die werd verdacht van het opzettelijk in een hulpeloze toestand brengen en laten van zijn echtgenote, wat tot haar verdrinking leidde. De officier van justitie stelde dat verdachte roekeloos handelde door zijn zwaar onder invloed zijnde echtgenote in bad te zetten en haar daarna geruime tijd alleen te laten, wat leidde tot haar overlijden.
De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte zich bewust was van het gevaar of dat hij opzettelijk handelde. Hoewel verdachte nalatig was en onvoldoende zorg toonde, was dit niet voldoende voor een strafrechtelijke veroordeling. Ook het subsidiair tenlastegelegde, dood door schuld, werd verworpen omdat het verwijt niet de vereiste mate van roekeloosheid bereikte.
De feiten toonden aan dat het slachtoffer zwaar onder invloed was van alcohol en slecht ter been door heupprothesen. Verdachte had haar in bad gezet na een woordenwisseling, maar het exacte moment en oorzaak van het onder water raken van het slachtoffer bleef onduidelijk. Het NFI constateerde een hartafwijking en hoge alcoholconcentraties, maar geen sluitende doodsoorzaak anders dan verdrinking. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet of schuld aan de verdrinking van zijn echtgenote.