ECLI:NL:RBARN:2009:BH3115

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
13 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 08/1288
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG – TurkijeArt. 2 Wet arbeid vreemdelingenArt. 3 Wet arbeid vreemdelingenArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:24 juncto 6:13 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen niet in strijd met standstill-bepaling Aanvullend Protocol

Eiser kreeg een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een Turkse medevennoot zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning. Verweerder handhaafde deze boete na bezwaar. Eiser stelde dat de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en het boetebeleid daarmee in strijd zijn met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG – Turkije, dat nieuwe beperkingen op de vrijheid van vestiging en het verrichten van diensten door Turkse onderdanen verbiedt.

De rechtbank overwoog dat de Wav niet als een nieuwe beperking kan worden gezien, aangezien ook vóór het protocol al vergunningen vereist waren voor zelfstandige arbeid en de Wav deze situatie niet verscherpt. Ook het boetebeleid raakt niet aan de vrijheid van vestiging of het verrichten van diensten. De jurisprudentie van het HvJ EG en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ondersteunen dit standpunt.

Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de opgelegde boete. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde bestuurlijke boete van €4.000.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht
registratienummer: AWB 08/1288
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 13 januari 2009
inzake
[naam], eiser,
wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. R. Bom,
tegen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 1 februari 2008.
2. Procesverloop
Bij besluit van 10 april 2007 heeft verweerder aan eiser een bestuurlijke boete ten bedrage van € 4.000 opgelegd wegens een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.
Het beroep is behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank van
21 oktober 2008. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Hokke, werkzaam bij het ministerie van verweerder.
3. Overwegingen
Aan het bestreden besluit ligt kort gezegd het standpunt van verweerder ten grondslag dat eiser artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft overtreden omdat eiser de heer [naam vreemdeling], die de Turkse nationaliteit heeft en medevennoot van de vennootschap onder firma [naam firma] was, op 17 oktober 2006 in zijn winkel arbeid heeft laten verrichten zonder over een tewerkstellingsvergunning te beschikken. Evenmin beschikte [naam vreemdeling] over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, zodat de uitzonderingsbepaling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wav niet van toepassing is. Volgens verweerder kan het beroep van eiser op artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG – Turkije (hierna: Aanvullend Protocol) in samenhang met het arrest van het Europees Hof van Justitie voor de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ van de EG) in de zaak Savas van 11 mei 2000 (nr. C-37/98) niet slagen. Ook ten tijde van de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol voor Nederland op 1 januari 1973 diende een vreemdeling die zich in Nederland wenste te vestigen om als zelfstandige arbeid te verrichten, immers te beschikken over een vergunning tot verblijf als zelfstandige. Met de invoering van de Wav in 1995 zijn terzake geen nieuwe beperkingen in het leven geroepen, omdat de Wav niet in de weg staat aan het verrichten van arbeid als zelfstandige door als zelfstandige toegelaten Turkse onderdanen.
Eiser kan zich hiermee niet verenigen en voert aan dat de Wav alsmede het boetebeleid dat verweerder hanteert bij een overtreding van de Wav, strijdig met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol is omdat het gaat om nieuwe beperkingen met betrekking tot de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten door Turkse onderdanen. Eiser doet in dit verband een beroep op het arrest van het HvJ van de EG in de zaak Tum en Dari van 20 september 2007 (nr. C-16/05).
De rechtbank overweegt het volgende.
In artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol (de zogenaamde “standstill-bepaling”) is bepaald dat de overeenkomstsluitende partijen onderling geen nieuwe beperkingen invoeren met betrekking tot de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten.
In het arrest Tum en Dari heeft het HvJ van de EG, mede onder verwijzing naar het arrest Savas, bepaald dat artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol zo moet worden uitgelegd dat het vanaf de inwerkingtreding van dit protocol de betrokken lidstaat de invoering verbiedt van nieuwe beperkingen van de uitoefening van de vrijheid van vestiging, waaronder die betreffende de materiële en / of procedurele voorwaarden inzake de eerste toelating op het grondgebied van deze staat van Turkse staatsburgers die voornemens zijn er een beroepsactiviteit als zelfstandige uit te oefenen (zie overweging 69 van het arrest).
De rechtbank onderschrijft het standpunt van verweerder dat de Wav niet als een nieuwe beperking als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol kan worden beschouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft meermalen overwogen dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat voor de toelating van vreemdelingen voor het verrichten van arbeid als zelfstandige strengere eisen zijn gaan gelden dan op 1 januari 1973 (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 mei 2005, LJN: AT6747). Indien Turkse onderdanen als zodanig zijn toegelaten, staat de Wav niet in de weg aan het verrichten van arbeid door hen als zelfstandige.
Evenmin kan het door verweerder gehanteerde boetebeleid als een nieuwe beperking worden beschouwd. De bevoegdheid om voor illegale tewerkstelling van vreemdelingen een boete op te leggen, raakt de voorwaarden voor de vestiging en het verrichten van diensten door zelfstandigen immers niet, waarbij de rechtbank nog opmerkt dat de illegale tewerkstelling van vreemdelingen ook reeds vóór de invoering van de bestuurlijke boete in de Wav strafbaar was.
Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat de stellingen van eiser tegen het bestreden besluit geen doel treffen. Het beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.
4. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.A. van der Grinten, voorzitter, en mrs. D.S.M. Bak en
G.H.W. Bodt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Woestenburg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2009.
De griffier, De voorzitter,
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.
Verzonden op: 13 januari 2009