ECLI:NL:RBARN:2009:BH2971
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming en ongedaanmaking van een ontbonden koopovereenkomst tussen bedrijven
Partijen, meerdere besloten vennootschappen, sloten op 24 december 2007 een intentieovereenkomst tot overname van materiële en immateriële activa. De overeenkomst werd per 1 januari 2008 uitgevoerd, maar MSS stelde later dat zij zich op het recht tot ontbinding beriep vanwege onjuiste informatie van PP.
PP vorderde nakoming van de overeenkomst of waardevergoeding, inclusief betaling van pensioenpremies en sociale lasten. MSS stelde dat zij slechts tot ongedaanmaking gehouden was zonder schadevergoeding en voerde verweer op basis van dwaling en bedrog.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst bindend was en dat MSS gehouden is tot nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis op grond van artikel 6:271 BW Pro in samenhang met artikel 6:74 BW Pro. De rechtbank wees een deskundige aan om de waarde van de ongedaanmaking vast te stellen, inclusief de waardering van de door partijen betwiste posten.
De vordering van MSS tot schadevergoeding wegens dwaling en bedrog werd afgewezen omdat partijen afwijkingen in financiële informatie hadden voorzien en er geen sprake was van opzet. De rechtbank wees ook de vordering van MSS tot betaling van openstaande facturen af wegens onvoldoende concretisering.
De zaak werd aangehouden voor verdere behandeling na het deskundigenonderzoek, waarbij partijen zich over de benoeming en vragen aan de deskundige mochten uitlaten.
Uitkomst: MSS is gehouden tot nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis en een deskundige wordt benoemd voor waardebepaling.