ECLI:NL:RBARN:2009:BH0966
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling ontbonden vennootschap en verdeling aandeel winkelpand met bovenwoning
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil tussen schoonzusters die vennoten waren in een vennootschap onder firma voor een dames- en herenmodezaak en woonwinkel. Door arbeidsongeschiktheid van een vennoot werd de onderneming sinds 2004 feitelijk door de andere vennoot alleen gedreven. De vennootschap werd ontbonden, waarbij partijen discussieerden over de exacte datum van ontbinding en de waardebepaling van het gezamenlijke pand.
De rechtbank stelde vast dat partijen het eens waren over ontbinding per 1 januari 2006, ondanks dat één vennoot een latere datum aanhield. Voor de waardering van het aandeel werd een taxatie van het winkelpand met bovenwoning gehanteerd, waarbij rekening werd gehouden met een erfdienstbaarheid die het gebruik van de uitweg regelt. De rechtbank oordeelde dat de waarde van het pand redelijk werd vastgesteld op €520.000, waarbij een vermindering werd toegepast vanwege onjuiste verklaringen omtrent de erfdienstbaarheid.
De rechtbank veroordeelde de vennoot die het pand voortzet tot betaling van het aandeel van de andere vennoot van €126.419,50, verminderd met een vordering van €3.254,08 wegens door de andere vennoot gemaakte uitgaven. De betaling mag in vijf termijnen plaatsvinden, met wettelijke rente en zekerheidstelling in de vorm van hypotheek. Tevens werd de vennoot veroordeeld tot medewerking aan de levering van het aandeel in het pand. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Vennoot wordt veroordeeld tot betaling van haar aandeel in het pand met verrekening en medewerking aan levering.