ECLI:NL:RBARN:2009:BH0802
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van betalingen voorafgaand aan faillissementsuitspraak en aansprakelijkheid bestuurder
Op 8 maart 2006 werd Wabru Gejo Infra B.V. failliet verklaard, waarbij mr. [curator] werd benoemd tot curator. Voorafgaand aan het faillissement had Wabru op 6 en 7 maart 2006 aanzienlijke betalingen verricht aan geselecteerde schuldeisers, wat de curator betwist als onrechtmatig. De enige aandeelhouder van Wabru was Gebra Holding B.V., waarin [gedaagde] Beheer mede-aandeelhouder en bestuurder was, en [gedaagde] bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde] Beheer.
De curator vordert betaling van €533.388,92 wegens onrechtmatige betalingen die de boedel benadelen. De gedaagden voeren aan dat betalingen zijn gedaan aan noodzakelijke schuldeisers voor de doorstart en dat sommige rekeningen bewust onbetaald zijn gelaten. De rechtbank stelt dat de hoofdregel van gelijke behandeling van schuldeisers (art. 3:277 BW Pro) grenzen stelt aan betalingen na faillissementsaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de bestuurders wisten dat niet alle schuldeisers voldaan konden worden en dat zij onrechtmatig hebben gehandeld door selectief betalingen te verrichten ten behoeve van de doorstart, waardoor de boedel is benadeeld. De aansprakelijkheid ligt hoofdelijk bij [gedaagde] Beheer en [gedaagde] op grond van art. 2:11 BW Pro. Verweren dat betalingen aan oudere rekeningen niet onrechtmatig zijn, worden verworpen. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en geeft gelegenheid tot nadere opgave van niet-onrechtmatige betalingen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld door selectieve betalingen voorafgaand aan het faillissement en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, maar houdt verdere beslissing aan.