ECLI:NL:RBARN:2009:BH0325
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C. van Emden-Geenen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis en afwijzing vorderingen in geschil over maatschap en negatieve vermogensaanzuivering
Partijen sloten op 8 januari 2005 een maatschapovereenkomst met als doel juridische dienstverlening. Gedaagde stelde dat hij niet gebonden was aan deze overeenkomst omdat hij deze niet had gelezen en dat de afspraken slechts naar buiten toe golden. Eiser vorderde betaling van €32.500 ter aanzuivering van het negatieve vermogen van de maatschap, waarop de voorzieningenrechter verstek verleende tegen gedaagde.
Gedaagde kwam in verzet en stelde onder meer dat hij niet gehouden was tot betaling en vorderde zelf diverse bedragen wegens onverschuldigde betaling en verrichte werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat het verzet tijdig was en dat het bestaan en de omvang van de vordering van eiser onvoldoende aannemelijk waren om het verstekvonnis in stand te laten.
De rechtbank vernietigde het verstekvonnis en wees de vorderingen van eiser af. Ook de reconventionele vorderingen van gedaagde werden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en onvoldoende duidelijkheid over de rechtsgrond. Conservatoire beslagen bleven gehandhaafd omdat onvoldoende was onderbouwd waarom deze opgeheven moesten worden.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak bevestigt dat in kort geding niet zonder meer kan worden beslist over complexe geschillen waarbij de feiten en rechten onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de vorderingen van beide partijen worden afgewezen.