ECLI:NL:RBARN:2008:BL1623
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen navorderingsaanslag successierecht bevestigd
Eiser was samen met zijn zus erfgenaam van een nalatenschap na het overlijden van hun oom. De zus was gemachtigd om de nalatenschap af te handelen en trad op als gemachtigde in de communicatie met de Belastingdienst. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag successierecht op aan eiser en zijn zus, waarbij de aanslag aan de zus werd gestuurd op haar adres als gekozen woonplaats.
Eiser diende het bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslag in nadat hij de machtiging aan zijn zus had ingetrokken en nadat hij op de hoogte was gesteld van de aanslag. Het bezwaarschrift werd echter te laat ingediend, namelijk na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht mocht uitgaan van de zus als gemachtigde tot het moment van de intrekking van de machtiging. De vertraging in het indienen van het bezwaar kon niet worden gerechtvaardigd door eiser, aangezien hij niet tijdig op de hoogte was gesteld maar dit risico voor zijn rekening kwam. Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees erop dat hoger beroep mogelijk is binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag successierecht is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.