ECLI:NL:RBARN:2008:BH1567
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangregeling ex artikel 287a Faillissementswet
Verzoeker heeft bij de rechtbank Arnhem een verzoek ingediend om schuldeiser Houweling & Kars Advocaten te dwingen mee te werken aan een schuldregeling op grond van artikel 287a van de Faillissementswet. De regeling houdt in dat schuldeiser akkoord gaat met een betaling van 3,82% van de totale schuld ineens tegen finale kwijting. De schuldregeling is voorbereid en getoetst door het Bureau Afwikkeling Consumenten Schulden (BAC) van de gemeente Arnhem, die het voorstel als het uiterste financiële bod van verzoeker beschouwt.
De rechtbank heeft echter geoordeeld dat onvoldoende is aangetoond dat verzoeker niet meer kan sparen voor de schuldeisers. Hoewel verzoeker sinds 2005 niet meer werkt en gezondheidsproblemen heeft, ontbreekt een medische verklaring die arbeidsongeschiktheid bevestigt. De mogelijkheid van een inkomensstijging acht de rechtbank nog aanwezig. Tevens biedt de wettelijke schuldsaneringsregeling strengere controlemechanismen, waaronder een sollicitatieplicht en huisbezoeken.
Schuldeiser Houweling & Kars Advocaten heeft geweigerd mee te werken aan de regeling zonder nadere motivering. De rechtbank constateert dat 18 van de 19 schuldeisers, goed voor ruim 92% van de schuld, wel akkoord zijn met het voorstel. Desondanks wordt het verzoek afgewezen omdat verzoeker niet voldoende heeft aangetoond dat het voorstel het uiterste is wat hij kan bieden.
De rechtbank bepaalt dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op een later moment zal worden behandeld. Het vonnis is gewezen door rechter R.A. Boon en uitgesproken op 10 juni 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van de dwangschuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat het betalingsvoorstel het uiterste is wat verzoeker kan bieden.