ECLI:NL:RBARN:2008:BH0295
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing procedure en benoeming bijzondere curator voor minderjarige erfgenamen
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van pensioengelden na het overlijden van haar ex-echtgenoot, waarbij minderjarige kinderen de enige erfgenamen zijn. De minderjarigen kunnen niet zelfstandig optreden in rechte en worden vertegenwoordigd door hun moeder, die tevens partij is in de procedure. Gedaagden vorderen schorsing van de procedure en benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen.
De rechtbank overweegt dat er sprake is van een belangenconflict tussen de moeder als wettelijke vertegenwoordiger en de minderjarige kinderen, omdat de vordering van de moeder invloed heeft op het vermogen van de kinderen. Op grond van artikel 1:250 BW Pro is daarom een bijzondere curator noodzakelijk.
De rechtbank wijst de vordering tot schorsing toe, verwijst de hoofdzaak naar de parkeerrol en verzoekt de partijen zo spoedig mogelijk een verzoekschrift in te dienen bij de sector kanton voor de benoeming van een bijzondere curator. De procedure kan worden voortgezet zodra hierover een beslissing is genomen.
De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot schorsing toe en verwijst de hoofdzaak naar de parkeerrol voor benoeming van een bijzondere curator voor de minderjarige erfgenamen.