ECLI:NL:RBARN:2008:BG2118
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending recht verdachte op aanwezigheid door uitzetting
Verdachte werd verdacht van betrokkenheid bij mensensmokkel en was in voorlopige hechtenis gesteld. Tijdens de schorsing van deze hechtenis werd verdachte uitgezet naar Irak, terwijl de strafzaak nog niet inhoudelijk was behandeld.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie het recht van verdachte om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn strafzaak heeft geschonden. Hoewel het OM stelde dat er geen opzettelijke schending was en dat een gemachtigde raadsman het niet verschijnen kon compenseren, vond de rechtbank dat het recht op aanwezigheid niet op deze wijze kon worden gerepareerd.
De rechtbank stelde vast dat het OM de uitzetting had kunnen voorkomen door gebruik te maken van de mogelijkheid in de Vreemdelingencirculaire 2000, maar dit niet heeft gedaan. Omdat herstel binnen redelijke termijn niet mogelijk was en de schending ernstig was, werd het OM niet-ontvankelijk verklaard en werd de voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van het recht van verdachte op aanwezigheid door uitzetting.