ECLI:NL:RBARN:2008:BD9224
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering herroeping verstekvonnis wegens termijnoverschrijding
Partijen zijn gehuwd geweest en na echtscheiding ontstond een geschil over verrekening en betaling van een bedrag op grond van huwelijkse voorwaarden. De vrouw kreeg bij verstekvonnis van 2 augustus 2006 een betaling toegewezen, dat vonnis werd op 24 augustus 2006 aan de man betekend en ging op 2 november 2006 in kracht van gewijsde.
De man vorderde herroeping van dit verstekvonnis op grond van bedrog en stelde dat hij pas op 28 april 2007 bekend was geworden met het vonnis vanwege een overspannen en depressieve toestand waarin hij stukken ongeopend had weggegooid. De vrouw betwistte dit en voerde dat de man tijdig bekend was met het vonnis en dat er geen grond voor herroeping was.
De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende objectief bewijs had geleverd van een geestesstoornis die hem verhinderde het vonnis te begrijpen. De termijn van drie maanden voor herroeping begon te lopen op het moment dat het vonnis in kracht van gewijsde ging, dus 2 november 2006, en verstreek op 2 februari 2007. De dagvaarding van de man dateerde van 5 juli 2007, te laat dus.
Daarom werd de vordering van de man niet-ontvankelijk verklaard en werden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van het verstekvonnis is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.