ECLI:NL:RBARN:2008:BD6628
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijstelling skatevoorzieningen wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en gebrekkige geluidsmotivering
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente Barneveld dat vrijstelling verleende voor de realisatie van skatevoorzieningen op gronden bestemd als 'Groen' volgens het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter heeft zowel de hoofdzaak als het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing van het besluit gefragmenteerd en onvoldoende kenbaar was, waardoor verzoekers niet adequaat konden reageren. Tevens was de motivering voor het hanteren van geluidsnormen, gebaseerd op vergelijkingen met hondendressuurterreinen en tennisbanen, onvoldoende onderbouwd. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die hogere geluidsnormen rechtvaardigen.
Verder werd vastgesteld dat de vrijstelling in strijd was met artikel 19, tweede lid, van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening, alsmede met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege het niet naleven van de vereiste openbare voorbereidingsprocedure. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot vrijstelling voor skatevoorzieningen wordt vernietigd vanwege onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en onvoldoende gemotiveerde geluidsnormen.