ECLI:NL:RBARN:2008:BD4610
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Neefe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voorwaardelijke uitsluiting advocaat in asielrechtsbijstand
De Raad voor Rechtsbijstand had een klacht tegen een advocaat gegrond verklaard en hem een voorwaardelijke uitsluiting opgelegd voor het verlenen van gesubsidieerde asielrechtsbijstand voor drie maanden met een proeftijd van een jaar. Bij besluit op bezwaar werd deze voorwaardelijke uitsluiting herroepen, maar de rechtbank Arnhem oordeelde dat de voorwaardelijke uitsluiting geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt, omdat het geen wijziging in de rechtspositie van de advocaat inhoudt.
De rechtbank stelde vast dat de voorwaardelijke uitsluiting geen rechtens bindende verplichting oplegt en geen rechten onthoudt. Indien de voorwaardelijke uitsluiting daadwerkelijk wordt gevolgd door een besluit tot tijdelijke uitsluiting, kan de advocaat tegen dat besluit wel rechtsbescherming zoeken. De rechtbank baseerde zich hierbij op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Omdat de voorwaardelijke uitsluiting geen besluit is, stond er geen bezwaar open en had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de voorwaardelijke uitsluiting werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze maatregel geen besluit in de zin van de Awb is.