ECLI:NL:RBARN:2008:BD3466
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens ontbreken bewijs van slechte trouw bij opvolgende kopers DAF
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak waarin eiseres stelde dat meerdere gedaagden onrechtmatig hadden gehandeld door een DAF-truck te verduisteren en door te verkopen. De procedure betrof de vraag of de opvolgende kopers (gedaagden 2 tot en met 8) te goeder trouw waren bij de verkrijging van de DAF.
Uit getuigenverklaringen en bewijsstukken bleek dat de DAF met zichtbare schade was verkocht en doorverkocht tegen redelijke prijzen, waarbij de herkomst van de wagen niet leidde tot argwaan bij de kopers. De rechtbank concludeerde dat geen van de opvolgende kopers bewust was van verduistering of een vergelijkbaar feit, zodat het ontbreken van goede trouw niet kon worden vastgesteld.
De vorderingen tegen deze gedaagden werden daarom afgewezen. De vordering tegen de eerste koper, die de DAF verduisterde en niet aan zijn verplichtingen voldeed, werd wel toewijsbaar geacht. De rechtbank hield de zaak aan voor nadere toelichting over de financiële afwikkeling tussen eiseres en de eerste gedaagde.
De kosten werden aan eiseres opgelegd, en de zaak zou op 11 juni 2008 worden voortgezet voor verdere behandeling van de openstaande punten.
Uitkomst: Vorderingen tegen opvolgende kopers afgewezen wegens ontbreken bewijs slechte trouw; vordering tegen eerste koper toewijsbaar maar zaak aangehouden.