ECLI:NL:RBARN:2008:BD2378
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling achterstallig salaris en schadevergoeding wegens onregelmatig en kennelijk onredelijk ontslag
Eiser was algemeen directeur bij gedaagde sinds 1 april 2004 op basis van een arbeidsovereenkomst met afspraken over salaris, vakantiedagen, dertiende maand, winstuitkering en opzegtermijn. In februari 2008 werd eiser tijdens een aandeelhoudersvergadering geconfronteerd met slechte financiële resultaten en op staande voet ontslagen. Eiser betwist de rechtmatigheid van het ontslag en vordert betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag, dertiende maand, een specificatie van resterende vakantie-uren en een schadevergoeding wegens onregelmatige en kennelijk onredelijke opzegging.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestaan en de omvang van de vorderingen inzake achterstallig salaris, indexering, dertiende maand en winstuitkering voldoende aannemelijk zijn en toewijsbaar. De vordering tot specificatie van vakantie-uren wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en noodzaak van nader onderzoek. De vordering tot schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegewezen, maar het voorschot op schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende feitenonderzoek in kort geding.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de gevorderde bedragen inclusief wettelijke rente en verhoging, tot afgifte van een specificatie van de eindafrekening van vakantietoeslag en dertiende maand over 2008, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag, dertiende maand en schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging, met afwijzing van het voorschot op schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.