ECLI:NL:RBARN:2008:BD1932
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegenbewijs en opeisbaarheid geldlening na faillissement
In deze civiele procedure staat centraal of de raamovereenkomst geldlening tussen partijen is gesloten vóór of na het faillissement van [XXX] Bouwservice Midden Nederland B.V. (JBMN). De rechtbank heeft vastgesteld dat de overeenkomst pas na het faillissement tot stand is gekomen, ondanks het verweer van Weber Holding c.s. die probeerde tegenbewijs te leveren met getuigenverklaringen.
De rechtbank heeft het getuigenbewijs van de belastingadviseur en voormalig juridisch adviseur van Weber Holding c.s. als niet geloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en onduidelijkheden over het aantal originele exemplaren en de datering van de overeenkomst. De curator en partijgetuige hebben verklaard dat de overeenkomst pas rond september 2003 is ondertekend, na het faillissement van JBMN.
Verder is vastgesteld dat partijen geen betalingstermijn zijn overeengekomen, maar dat de lening en rente van 5,9% per jaar opeisbaar zijn. De rechtbank veroordeelt Weber Holding, Interflexa en Holland Bouwservice hoofdelijk tot betaling van de lening met rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Weber Holding c.s. wordt veroordeeld tot betaling van de lening met rente en proceskosten.