ECLI:NL:RBARN:2008:BC9415
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende bewijs arbeid vreemdelingen
Eiser exploiteert een bakkersbedrijf en kreeg een bestuurlijke boete van €20.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door vijf Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De inspectie constateerde tijdens een controle dat de vreemdelingen aanwezig waren en werkzaamheden verrichtten, wat werd vastgelegd in een boeterapport op ambtseed.
De rechtbank oordeelt dat voor drie vreemdelingen (vreemdeling 1, 4 en 5) voldoende bewijs bestaat dat zij arbeid verrichtten, mede gezien hun verklaringen, kleding en de omstandigheden in het pand. Voor de overige twee vreemdelingen (vreemdeling 2 en 3) ontbreekt echter voldoende bewijs; zij werden niet werkend aangetroffen, ontkenden arbeid te hebben verricht en er is geen ondersteunend bewijs dat zij daadwerkelijk voor eiser hebben gewerkt.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit voor deze twee vreemdelingen wegens strijd met de Awb, stelt de boete vast op €12.000 voor de drie overige vreemdelingen en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €12.000 wegens onvoldoende bewijs arbeid door twee vreemdelingen; het beroep wordt gegrond verklaard.