ECLI:NL:RBARN:2008:BC8043
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs drugsgebruik en drugshandel binnen Pompekliniek
Eiser, onder dwangverpleging in de Pompekliniek, vorderde een verklaring voor recht dat van drugsgebruik of drugshandel door hem binnen de kliniek niet of onvoldoende was gebleken. Tevens verzocht hij de kliniek te verbieden mondelinge en schriftelijke uitlatingen hierover te doen, met een dwangsom bij overtreding, en smartengeld wegens psychische schade.
De Pompekliniek baseerde haar vermoedens op mededelingen van medepatiënten, positieve drugscontroles binnen de kliniek en interne onderzoeken. Hoewel concrete bewijzen ontbraken, waren er herhaaldelijk signalen die het vermoeden van drugshandel en gebruik ondersteunden. Een eerdere onjuiste verklaring over contrabande werd schriftelijk gecorrigeerd.
De rechtbank oordeelde dat de Pompekliniek niet onrechtmatig had gehandeld, omdat er voldoende aanleiding was voor het vermoeden. De vorderingen van eiser werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat eiser procedurele mogelijkheden had om het vermoeden te betwisten binnen verlengings- en plaatsingsprocedures van de maatregel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.