ECLI:NL:RBARN:2008:BC7660

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
10 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/456
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub c FwArt. 350 lid 3 sub d FwArt. 350 lid 3 sub f Fw
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending inlichtingenplicht en nieuwe schulden

De rechtbank Arnhem heeft op 10 januari 2008 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken tegen de schuldenaar. Dit gebeurde nadat bleek dat de schuldenaar tijdens de toelatingszitting van 2 juli 2007 niet had voldaan aan haar inlichtingenplicht door het niet melden van een fraudeschuld van de gemeente Wageningen. Daarnaast zijn er tijdens de looptijd van de regeling nieuwe schulden ontstaan, eveneens door bijstandsfraude.

De gemeente Wageningen had twee vorderingen wegens bijstandsfraude vastgesteld: een bedrag van € 2.342,62 over de periode april tot december 2006 en een bedrag van € 2.779,83 over de periode januari 2006 tot juni 2007. De schuldenaar had inkomsten uit arbeid en alimentatie niet gemeld, wat de grondslag vormde voor deze vorderingen. Omdat deze nieuwe schulden zijn ontstaan nadat de schuldsaneringsregeling al van kracht was, kwalificeren zij als nieuwe bovenmatige schulden.

De rechtbank oordeelde dat bij kennisname van de fraudevordering tijdens de toelatingszitting de schuldenaar niet zou zijn toegelaten tot de regeling. De verklaring van de schuldenaar dat zij dacht dat de schuld was voldaan, werd niet aanvaard. Op grond van artikel 350 lid 3 sub Pro c, d en f van de Faillissementswet werd de regeling beëindigd. Er zijn onvoldoende baten om tot een uitkering aan schuldeisers te komen, waardoor geen faillissement van rechtswege zal plaatsvinden.

De rechtbank stelde tevens het salaris van de bewindvoerder vast op € 324,87 en bepaalde dat de kosten van publicaties, voor zover niet uit de boedel voldaan, ten laste van de Staat komen. De schuldenaar heeft het recht om binnen acht dagen na uitspraak hoger beroep in te stellen via een advocaat/procureur.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens schending van de inlichtingenplicht en het ontstaan van nieuwe schulden.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
insolventienummer: 07/456 R
nummer verklaring: WAG2710700026
uitspraakdatum: 10 januari 2008
tussentijdse beëindiging schuldsanering
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 juli 2007 is de schuldsa¬nering uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de brief van de bewindvoerder van 8 november 2007. Uit de brief van de bewindvoerder van 8 november 2007 volgt dat de gemeente Wageningen bezwaar heeft tegen toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege meerdere fraudevorderingen. De rechter-commissaris heeft naar aanleiding daarvan een voordracht gedaan om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. Daarop is de schuldenaar, vergezeld door haar moeder en [betrokkene], gehoord ter terechtzitting van 3 januari 2008.
Uit de stukken van de bewindvoerder en hetgeen ter zitting is verklaard blijkt dat de gemeente Wageningen bij beschikking van 9 maart 2007 een bedrag van € 2.342,62 heeft teruggevorderd vanwege bijstandsfraude in de periode 5 april 2006 tot en met 31 december 2006. De schuldenaar heeft verzuimd inkomsten uit arbeid tijdig aan de afdeling sociale zaken van de gemeente Wageningen door te geven. De schuldenaar heeft op de toelatingszitting van 2 juli 2007 deze vordering niet gemeld. Daarnaast vordert de gemeente Wageningen bij beschikking van 2 november 2007 een bedrag van € 1.666,16 en een bedrag van € 1.113,67 terug wederom vanwege gepleegde bijstandsfraude in de periode 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2007. De schuldenaar heeft geen melding gemaakt van inkomsten uit arbeid en heeft niet tijdig doorgegeven dat zij alimentatie ontving van haar ex-echtgenoot. Het ontstaansmoment van deze schuld hangt af van het moment dat daarover bestuursrechtelijk definitief is beslist. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat deze schuld is ontstaan ten tijde van de beschikking van 2 november 2007. Nu de schuldsaneringsregeling op 2 november 2007 reeds van toepassing was op de schuldenaar, is er sprake van een nieuw ontstane schuld.
De schuldenaar heeft geen bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen van 9 maart 2007 en 2 november 2007 van de gemeente Wageningen. Zij heeft verklaard de eerste keer wel melding te hebben gemaakt van de ontvangst van alimentatie, maar het daarbij te hebben gelaten.
De rechtbank overweegt dat er voldoende gronden aanwezig zijn om tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling over te gaan. De schuldenaar heeft tijdens de toelatingszitting geen melding gemaakt van de fraudevordering van 9 maart 2007 en heeft hierdoor niet voldaan aan haar op de toelatingszitting reeds bestaande inlichtingenplicht. ( MvT, Kamerstukken II 2004/2005, nr. 3 p. 15). Daarbij geldt dat, indien de rechtbank tijdens de toelatingszitting van 2 juli 2007 op de hoogte zou zijn geweest van de fraudevordering, de schuldenaar niet zou zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ( art. 350 lid 3 sub Pro f). De verklaring van de schuldenaar dat zij in de veronderstelling was dat de schuld zou zijn voldaan door de Sociale Dienst doet daar niet aan af. Voorts zijn er tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling nieuwe bovenmatige schulden ontstaan. Het gaat om de fraudevorderingen vastgesteld bij beschikking van de gemeente Wageningen van 2 november 2007. Het ontstaan van deze schulden kan aan de schuldenaar worden toegerekend. In het bijzonder is van belang dat de schuldenaar in de hierin genoemde periode vanaf 1 januari 2006 alimentatie ontving en daarnaast een WWB-uitkering waarbij die alimentatie niet werd gekort. Op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d dient de schuldsaneringsregeling thans te worden beëindigd.
Aangezien er onvoldoende baten beschikbaar zijn om tot een uitkering aan de schuldeisers te komen, zal de schuldenaar niet van rechtswege in staat van faillissement komen te verkeren.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties komen, voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van de Staat.
Na de zitting heeft de rechtbank nog kennisgenomen van een fax d.d. 9 januari 2008 van de budgetbeheerder van de schuldenaar.
Beslissing
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder over de periode 2 juli 2007 tot en met 10 januari 2008 vast op een bedrag van € 324,87, inclusief de omzetbelasting en bepaalt dat dit bedrag, voor zover dit niet uit de boedel kan worden voldaan, ten laste van schuldenaar komt;
- beveelt dat de kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties (ad € 65,--), voor zover deze niet uit de boedel kunnen worden voldaan, ten laste van de Staat komen;
Gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.
De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het recht van hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat/procureur worden ingesteld bij verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen
De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het recht van hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat/procureur worden ingesteld bij verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen