ECLI:NL:RBARN:2008:BC5839
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens ondeugdelijkheid vordering in arbitragegeschil
Partijen, voormalige echtelieden en vennoten in een maatschap, zijn in geschil geraakt over de financiële afwikkeling van de maatschap. Gedaagde legde conservatoir beslag op het woonhuis, terrein en melkquotum van eiser wegens een vordering van ruim €660.000. De arbitragecommissie, belast met het beslechten van het geschil, bracht een tussenvonnis uit waarin een aanzienlijk lager bedrag werd vastgesteld als vordering.
Eiser verzocht de voorzieningenrechter om opheffing van het beslag omdat de vordering waarvoor het beslag is gelegd summierlijk ondeugdelijk bleek. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag op het melkquotum correct was gelegd en dat de arbitragecommissie bevoegd is het geschil te beslechten. Er was geen sprake van schending van de arbitrageopdracht die vernietiging van het arbitraal vonnis zou rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de vordering van gedaagde op eiser naar alle waarschijnlijkheid niet zal worden toegewezen in de bodemprocedure, zodat het beslag opgeheven moest worden. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op de onroerende zaken en het melkquotum van eiser wordt opgeheven wegens summierlijk gebleken ondeugdelijkheid van de vordering.