ECLI:NL:RBARN:2008:BC5322
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning bij vreemdeling
Eiser, een Oekraïense student tandheelkunde, verrichtte werkzaamheden in loondienst zonder tewerkstellingsvergunning terwijl zijn verblijfsvergunning arbeid beperkte tot arbeid van bijkomende aard met een tewerkstellingsvergunning. Na ontslag vroeg hij een WW-uitkering aan, die werd geweigerd omdat hij volgens de wet geen werknemer is zonder tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank stelde vast dat de verblijfsvergunning van eiser niet de vereiste aantekening bevatte dat er geen beperkingen zijn voor arbeid, waardoor een tewerkstellingsvergunning noodzakelijk was. De wetgeving, waaronder de WW, het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 en de Wet arbeid vreemdelingen, verbiedt arbeid zonder vergunning.
Eiser voerde aan dat de term "arbeid van bijkomende aard" niet in de WAV voorkomt, maar dit verweer faalde omdat ook voor dergelijke arbeid een vergunning vereist is. De rechtbank concludeerde dat verweerder geen beoordelingsvrijheid had en het besluit om de WW-uitkering te weigeren terecht was.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een tewerkstellingsvergunning.