ECLI:NL:RBARN:2008:BC5114
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.E. Somsen
- G. Perrick
- H.T. Wagenaar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van verkrachting en ontucht wegens gebrek aan overtuigend bewijs
Verdachte werd beschuldigd van het in juni 2004 te Breda dwingen van een verstandelijk beperkte persoon tot seksuele handelingen, waaronder verkrachting en ontucht. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €3.725.
Tijdens de terechtzitting op 11 februari 2008 ontkende verdachte de tenlasteleggingen. De militaire kamer oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was, mede door het grote tijdsverloop tussen aangifte en eerste verhoor, en de discrepanties in verklaringen van het slachtoffer.
Daarom sprak de kamer verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werd de civiele schadevordering van het slachtoffer afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken. De uitspraak werd op 25 februari 2008 uitgesproken door de militaire kamer van de Rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en ontucht wegens onvoldoende overtuigend bewijs.