ECLI:NL:RBARN:2008:BC4318
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- E.G. Smedema
- P.A. Huidekoper
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rolrechter wegens vermeende vooringenomenheid
In deze civiele zaak tussen een eiser en de naamloze vennootschap N.V. Upjohn is een wrakingsverzoek ingediend tegen de rolrechter. De eiser stelde dat de rolrechter vooringenomen zou zijn door het verlenen van uitstel aan Upjohn voor het nemen van een akte, terwijl volgens hem geen klemmende reden voor dat uitstel bestond.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. De rolrechter had op grond van het Landelijk reglement voor de civiele rol bevoegdheid om uitstel te verlenen bij klemmende redenen, en de rechtbank oordeelde dat de door de rolrechter gegeven redenen als zodanig konden worden gekwalificeerd. De rechtbank stelde vast dat de rolrechter niet was afgeweken van het geldende rolbeleid en dat het uitstel correct was verleend.
Voorts werd bevestigd dat de rolrechter als rechter kan worden aangemerkt en dat een wrakingsverzoek tegen een rolrechter mogelijk is. Desondanks was er geen sprake van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. De beschikking werd gegeven door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rolrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.