ECLI:NL:RBARN:2007:BF2115
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Lening bij eigen vennootschap kwalificeert niet als eigenwoningschuld voor verbouwingskosten
Eiser, 100% aandeelhouder van een B.V., heeft in 1998 een woning gekocht en in 1999 verbouwd. De verbouwingskosten van ƒ 400.000 werden aanvankelijk uit privévermogen betaald. Later werd een lening van de B.V. opgenomen ter financiering van deze verbouwing. Eiser bracht rente over deze lening in aftrek als eigenwoningschuld.
De Belastingdienst stelde dat er geen verband bestond tussen de lening en de verbouwing en kwalificeerde de lening niet als eigenwoningschuld. De rechtbank toetste aan het arrest van de Hoge Raad uit 2006, waarin is bepaald dat een lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt als aannemelijk is dat de lening is aangegaan met het oogmerk de verbouwing te financieren.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de verbouwingskosten met het oog op financiering via de lening heeft voorgeschoten. De argumenten van eiser waren onvoldoende onderbouwd en boden geen inzicht in zijn intenties ten tijde van de uitgaven. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees de aftrek van rente als eigenwoningschuld af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de lening niet als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt.