ECLI:NL:RBARN:2007:BC1587
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing conservatoir beslag op onroerende zaak wegens onvoldoende zekerheid
Accon AVM Groep B.V. had conservatoir beslag gelegd op de onroerende zaak van eiser c.s. na verkregen verlof van de voorzieningenrechter. Eiser c.s. vorderde in kort geding de opheffing van dit beslag, stellende dat hij voldoende zekerheid kon bieden door de overwaarde na verkoop van de woning onder aftrek van verkoopkosten in depot te laten bij de notaris.
Accon voerde verweer dat het spoedeisend belang ontbrak en dat de geboden zekerheid onvoldoende was. De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 705 lid 2 Rv Pro het beslag moet worden opgeheven indien summierlijk blijkt dat de vordering ondeugdelijk is of voldoende zekerheid wordt gesteld. Eiser c.s. slaagde er niet in de ondeugdelijkheid van de vordering aan te tonen en bood geen alternatieve zekerheid zoals een bankgarantie.
De rechtbank voerde een belangenafweging uit tussen het belang van eiser c.s. om de woning vrij van beslag te verkopen en het belang van Accon om zekerheid te verkrijgen. De door eiser c.s. overgelegde waardebepaling was geen taxatie en onvoldoende om de reële verkoopprijs vast te stellen. Ook was onduidelijk of er achterstallige hypotheekbetalingen waren. De rechtbank oordeelde dat het belang van Accon zwaarder woog en wees de vordering tot opheffing van het beslag af. Eiser c.s. werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende zekerheid.