ECLI:NL:RBARN:2007:BC0624
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Geen herleving of verjaring erfdienstbaarheid van weg na vermenging en afsluiting
De rechtbank Arnhem behandelde een geschil over de vraag of een erfdienstbaarheid van weg, gevestigd in 1878 en tenietgegaan door vermenging in 1884, na splitsing van de percelen is herleefd of door verjaring of bestemming opnieuw is ontstaan. De eiseres, Jager-Arnhem Bedrijfsprojekten B.V., vorderde onder meer de vestiging van een erfdienstbaarheid van overpad ten behoeve van haar perceel.
De rechtbank oordeelde dat de erfdienstbaarheid niet is herleefd omdat er geen sprake was van een voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheid in de zin van de toen geldende artikelen 744 en 747 oud BW. Ook verjaring kon niet worden aangenomen omdat de vereiste termijn nog niet was verstreken en goede trouw ontbrak. Verder faalde het beroep op een buurweg en noodweg, aangezien Jager de enige gebruiker was voorbij de schuur van de tegenpartij en er geen noodzaak was voor ontsluiting via het betwiste pad.
De rechtbank stelde vast dat de eigenaar van het perceel, gedaagde in conventie 1, bevoegd is de weg af te sluiten door middel van een hekwerk en dat Jager zonder schriftelijke toestemming geen gebruik mag maken van het pad. De vorderingen van Jager werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Jager af en verklaart de eigenaar bevoegd de weg af te sluiten met een verbod voor Jager zonder toestemming gebruik te maken van het pad.