ECLI:NL:RBARN:2007:BC0397
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Toepassing en gevolgen van ABU cao-uitzendkrachten op loonvordering in uitzendovereenkomst
In deze zaak vordert de werknemer doorbetaling van loon op grond van de ABU cao-uitzendkrachten, die algemeen verbindend is verklaard en gunstiger is dan de NBBU-cao. De werkgever, NLC, was na 21 november 2006 geen lid meer van de NBBU, waardoor het uitzendbeding niet langer op hem van toepassing is. De kantonrechter stelt vast dat de ABU cao-uitzendkrachten geldt, waardoor het uitzendbeding in fase B niet kan worden opgenomen.
De werknemer werkte als productiemedewerker bij een inlener en vordert loonbetaling over de periode dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. De werkgever voert aan dat de werknemer zelden 40 uur per week werkte en overlegt werkbriefjes die gemiddeld 17 uur per week aantonen. De werknemer betwist de ondertekening van de werkbriefjes niet.
De kantonrechter kent de werknemer het bruto equivalent toe van 90% van het netto loon over de vastgestelde uren, inclusief loon over de periode van arbeidsongeschiktheid en buitengerechtelijke kosten. De vordering tot werkhervatting wordt afgewezen omdat de werknemer zonder gegronde reden alternatieve werkzaamheden weigerde en de inlener niet meer met hem wil samenwerken.
De wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 15% worden toegewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter P.A. Huidekoper en uitgesproken op 5 december 2007.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de loonvordering toe op basis van de ABU cao en wijst de vordering tot werkhervatting af.