ECLI:NL:RBARN:2007:BC0207
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsgeschil over brandschade en mogelijke brandstichting door directeur
Op 30 november 2005 ontstond een uitslaande brand in het autobedrijf van eiseres, waarbij aanzienlijke schade aan showroom, magazijn en inventaris ontstond. Eiseres vordert van Bovemij vergoeding van de brandschade op grond van de afgesloten verzekeringsovereenkomst. Bovemij weigert uit te keren en stelt dat er sprake is van brandstichting waarbij de directeur van eiseres betrokken is, waardoor de opzetclausule in de polis van toepassing is.
De politie en een onafhankelijk onderzoeksbureau concludeerden dat de brand op twee afzonderlijke plaatsen ontstond, zonder technische oorzaak, waardoor brandstichting aannemelijk is. Bovemij baseert haar verweer op het niet inschakelen van het alarm, het niet opmerken van vernielde ruit en opengebroken kassa door de directeur, en de slechte financiële situatie van het bedrijf als mogelijk motief.
De rechtbank oordeelt dat hoewel brandstichting waarschijnlijk is, onvoldoende bewijs bestaat voor directe betrokkenheid van de directeur. De verklaringen van de directeur en getuigen wijzen op mogelijke inbraak en brandstichting door derden. Bovemij wordt opgedragen bewijs te leveren voor haar stelling dat de directeur opzettelijk of roekeloos de brand heeft veroorzaakt.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere behandeling, waarbij getuigenverhoren en bewijsstukken zullen worden overgelegd. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan totdat Bovemij haar bewijslast heeft voldaan.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en beveelt Bovemij bewijs te leveren voor betrokkenheid directeur bij brandstichting.